Toneelkring Levet Scone Wilsele

Producties

De ingebeelde zieke (2003)

Verhaal:
De "Malade Imaginaire" is bovenal de komedie van de dood en van de angst voor de dood. Daarnaast beschrijft de auteur eens temeer een gevaarlijke maniak, een huistiran die er niet voor terugschrikt zijn geliefde dochter op te offeren aan zijn egoïsme door gemeend te dreigen haar te zullen opsluiten in een klooster. Deze dreiging was niet minnetjes voor een jong meisje zonder roeping... . Er is ook nog die ruwheid van inspiratie: Argan overleeft bij de genade van purges en lavementen. Hij zwemt vrolijk in... zijn eigen uitwerpselen! Tenslotte is er de nachtmerrie die vele van Molières komedies kenmerkt. Dat eigenaardige moment waarop de obsessie van het hoofdpersonage zo sterk de bovenhand neemt dat ze, als het ware op natuurlijke grootte, vlees wordt op de planken: de realiteit lijkt zich op te lossen en Molière - Argan laten vrijuit hun monsters op ons los. Heeft "Le malade Imaginaire" nog een actualiteitswaarde? Zeker wel. Er is een intelligent man die tot de ziekte toetreedt als tot een sekte, om een cocon te vinden, een ruimte om te schuilen en zichzelf te vergeten. Bovenop een gewone aanval op de geneeskunde, beschrijft Molière ons de mechanismen die er een man, zowel van gisteren als van vandaag, toe brengen zich te onderwerpen aan een autoriteit. Om dat doel te bereiken, heeft men buitengewone acteurs nodig die ons meevoeren naar de grenzen van die "gekte", grappig en vreselijk tegelijk en die alle zin voor droom en werkelijkheid doet verliezen. Molière weet uit ervaring dat de dramatische dialoog niet natuurlijk noch spontaan is (ook al moet hij zo lijken) en dat het komische spel afwisseling en dynamiek vereist. Daarom ziet men hem nauwgezet waken over het begin van een repliek en over de opeenvolging van de gesprekken. Of hij schudt perfect mechanische replieken uit de mouw waarbij wat men zegt heel wat minder belangrijk is dan de manier waarop. Het is immers de vorm zelf van de uitwisseling die op metaforische manier het conflict uitdrukt. Daarom ook heeft Molière zoveel aandacht voor de ritmische effecten, voor de tempoveranderingen, voor de spreiding van de replieken. Kortom, hij vindt zijn eigen stijl door het ontwikkelen van een essentieel dramatische manier van schrijven die het individueel spreken van zijn personages overschrijdt en die aan zijn theater een zeer grote doeltreffendheid verleent op de planken. "Molière is een grote ezel. Ik vind het niet gepermitteerd dat hij in zijn stukken de draak steekt met dokters. Dokters zijn allemaal fatsoenlijke mensen";

Acteurs:

Argan (ingebeelde zieke): Jerom Schueremans, Toinette en Toinette (2 meiden): Lydia Leys en Marianne Dekens, Beline (vrouw zieke): Mia Debecker, Angelique (dochter): Annelies Van Driessche, Cléante (geliefde van Angelique): Koen Van Eygen, Louise (jongste zusje): Stien Pardon, Béralde (zus van ingebeelde zieke): Hilde Adriaens, Dokter Diaforius: Luc Pennings, Thomas Diaforius: Walter Roedolf, Dokter Purgé: Luc Mafrans, Apotheker Fleurant: Pol Anrys, Madamme Bonnefov (notaris): Gerda Van den Akker, Figuranten: Luc Roelandts, Sigrid Aertgeerts, Stef De Groef, Ilse Verbeeck, Aline Verhoeven, Theo Meeus en Ivo De Vleeshouwer.

Regisseur:
Jo Hertogs

Auteur:
Molière (bewerkt door Paul Houwen)

Data:
14-15-21-22 november 2003